Nodeloze en racistische agressie bij Mechelse politie

Vorige maand verschenen in de pers berichten over een racismecultuur bij de Mechelse politie. Politiemensen van allochtone origine worden moeilijk aanvaard, krijgen te maken met systematische tegenwerking en pesterijen. Maar deze racismecultuur is niet alleen een intern probleem. Ook Mechelse burgers met een migratie-achtergrond worden al te vaak geconfronteerd met ongeoorloofd politie-optreden. Daarover getuigt Youssef Siraj, die begin april door twee agenten nodeloos hardhandig werd aangepakt.

Dirk Tuypens

Zondag 10 april. Een mooie, zonnige lentedag. Youssef Siraj (22) geniet samen met zijn familie bij hem thuis aan de Battelsesteenweg van een gezellige barbecue. In de loop van de namiddag besluit hij om nog even naar jeugdhuis ROJM te gaan, aan de overkant van de straat.

Als hij de deur uitstapt, ziet hij voor het stoplicht een politiewagen staan. Het is warm, de twee agenten hebben de raampjes open staan. Ze houden Youssef nadrukkelijk in de gaten. De jongeman voelt zich geviseerd en vraagt de agenten waarom ze hem zo bekijken.

Daarop stappen de twee agenten onmiddellijk uit, stappen kordaat op Youssef af en geven hem een duw. Ze willen zijn identiteitskaart zien. Nog voor Youssef de kans krijgt die boven te halen, gooien de agenten hem op de grond. Ze beginnen hem te slaan. Hij krijgt een slag met de matrak. Youssef ligt met zijn hoofd op de stoeprand. Een van de agenten zit met zijn knie op zijn gezicht, de andere agent zit op zijn rug. Ze doen hem handboeien aan en spannen die pijnlijk hard aan. 

De zussen, schoonbroer en moeder van Youssef komen buiten en zijn getuige van het incident. Ze proberen te bemiddelen maar worden brutaal met de matrak achteruit gedrongen. 

De agenten duwen Youssef in de auto en rijden naar het bureau. Daar stoppen ze hem in de cel. Twee uur en twintig minuten later laten ze hem gaan. Hij heeft geen verklaring afgelegd. Als Youssef vraagt waarom hij is opgepakt, krijgt hij een papier met daarop als reden: ongewapende weerspannigheid. Als toemaatje kreeg hij ook nog een combitaks van 100 euro gepresenteerd.

Vernederd 

Youssef gaat naar het ziekenhuis om zijn opgelopen letsels te laten constateren. Zijn polsen zijn blauw van de handboeien, zijn gezicht en ribben doen pijn, hij heeft schaafwonden aan zijn knieën, zijn broek is gescheurd. Geen ernstige kwetsuren, maar Youssef slaapt wel een week heel slecht. Bovendien is hij erg geschokt door de manier waarop hij is behandeld. 

“Eigenlijk praat ik hier niet graag over”, zegt Youssef, “maar het is nodig. Ik ben hardhandig aangepakt, terwijl ik niet eens moeilijk deed. Ik heb hen gewoon een vraag gesteld. Ik denk dat ik daar het recht toe heb. Maar voor hen is dat blijkbaar arrogant en respectloos. Ik woon al heel mijn leven in Mechelen, ik heb dit nog nooit meegemaakt. Ze hebben mij belachelijk gemaakt tegenover mijn schoonbroer, mijn zussen, mijn moeder.  Dat raakt mij in mijn eer.”

De zus van Youssef zet het verhaal op Facebook. Kort daarna krijgt Youssef een uitnodiging van burgemeester Bart Somers om op zijn kabinet over het voorval te komen praten. Maar op de dag van de afspraak neemt minister Turtelboom ontslag. Burgemeester Somers kan niet op de afspraak aanwezig zijn. Ook de hoofdcommissaris, die eveneens aanwezig zou zijn, daagt niet op. Youssef wordt ontvangen door een kabinetsmedewerker. Het gesprek is kort. Later krijgt Youssef een mail waarin hem wordt meegedeeld dat zijn relaas is overgemaakt aan de burgemeester en de commissaris. Daar blijft het bij.

Iedereen gelijk voor de wet

Als Youssef zijn verhaal naar buiten brengt, is dat niet om daar voor zichzelf enig voordeel uit te halen: “Ik hoef geen verontschuldigingen, daar heb ik niets aan. Ik wil geen gevecht aangaan met de agenten die mij zo behandeld hebben. Maar zij mogen geen misbruik maken van hun functie. Dat is mijn punt. Ze hebben misbruik gemaakt van hun macht. Ze hebben mij een lesje willen leren omdat ik hen een vraag stelde. Een agent in functie moet zich tegenover iedereen hetzelfde gedragen. Iedereen is gelijk voor de wet. Ik ben een geboren Mechelaar, een burger, ik heb mijn rechten. Ik wil niet dat dit soort dingen in de toekomst nog gebeuren.”

Youssef benadrukt nog dat hij nooit eerder problemen heeft gehad met de politie. Hij betreurt het incident ten zeerste, het creëert nodeloos gevoelens van frustratie en haat. Hij diende de dag van de feiten een klacht in. De zaak wordt onderzocht bij comité P.

 

Lees hier ook het persbericht van PVDA-Mechelen over deze zaak.