Lage emissiezone: prima, maar dan wel sociaal verantwoord

Midden volgend jaar wil het Mechels stadsbestuur, naar het voorbeeld van Antwerpen, een lage emissiezone invoeren. De meest vervuilende auto’s zullen uit de stadskern geweerd worden. We kunnen die keuze zeker onderschrijven, maar wel op voorwaarde dat de implementatie ervan op een sociaal verantwoorde manier gebeurt.

Het behoud van een gezond en leefbaar milieu en klimaat is een bekommernis die iedereen moet delen. Resolute en ingrijpende keuzes zijn noodzakelijk, op alle niveaus moet onverwijld verantwoordelijkheid genomen worden. Een lage emissiezone als lokale maatregel om het probleem van fijnstof aan te pakken, is dan ook wenselijk.

Maar de maatregel volstaat niet wanneer die niet kadert in een breder beleid rond mobiliteit en openbaar vervoer als alternatief voor de auto. Net op deze twee punten scoort het huidige stadsbestuur ondermaats. We denken daarbij aan de afbouw van de stedelijke buslijnen en de bouw van meerdere ondergrondse parkings in het centrum van de stad. In een rapport van de Vlaamse Milieumaatschappij uit 2015 wordt Mechelen, samen met Hasselt, genoemd als stad waar de hoogste concentraties van elementaire koolstof (EC) werden gemeten. Men kan zich dus serieuze vragen stellen bij de intenties van dit stadsbestuur: is het hen echt menens met het milieu en de klimaatopwarming of is het een zoveelste, sluikse manier om geld in de stadskas te krijgen.

Wanneer men de auto grotendeels uit de stad wil bannen, dan moet een voldoende groot aanbod aan alternatieven gegarandeerd worden. En die alternatieven moeten in de eerste plaats toegankelijk en betaalbaar zijn voor wie ze het meest nodig heeft. Wie zich een dure, ecologisch verantwoorde auto kan veroorloven, zal door de invoering van de lage emissiezone niet geraakt worden. Het spreekt voor zich dat de maatregel vooral gevoeld zal worden door wie financieel minder slagkrachtig is.

Om te vermijden dat de lage emissiezone een sociaal onrechtvaardige maatregel wordt, moet dus in de eerste plaats werk gemaakt worden van een breed stedelijk netwerk van openbaar vervoer. Daarnaast moet men zich ook de vraag stellen of de maatregel niet te overhaast wordt doorgevoerd. Men kan een uitdoofscenario voor euro 3-wagens tot 2020 in overweging nemen. Verder is ook een stimulerend beleid verkiesbaar boven een sanctionerend beleid. Mensen kunnen aangemoedigd worden om de auto aan de kant te laten met financiële ondersteuning voor busabonnementen, het huren van fietsen, taxicheques of autodelen.

Tot slot moet ook gewezen worden op het feit dat de problematiek inzake milieu en klimaat niet alleen op lokaal niveau kan worden aangepakt. Op alle niveaus dient verantwoordelijkheid opgenomen te worden. Vandaag moeten we vaststellen dat de meerderheidspartijen uit het stadsbestuur dat op Vlaams en federaal niveau veel te weinig doen. Daar bepleiten ze almaar meer besparingen op het openbaar vervoer en willen ze ook absoluut niet raken aan de bedrijfswagens. Dat is alles behalve een consequente houding. Men kan niet van de burger vragen om verregaande inspanningen te leveren, terwijl men op de hogere politieke niveaus in gebreke blijft.

 

Voor PVDA-Mechelen

Dirk Tuypens