Mechelse brandweer in nood

De alarmbel

Vlak voor kerst trok de Mechelse brandweer reeds aan de alarmbel: de bezetting is ondermaats en dit kan tot gevaarlijke incidenten leiden. Er is onvoldoende personeel om twee ploegen van 10 mensen te voorzien voor twee gelijktijdige branden. Verder klaagde de Mechelse brandweer over een gebrek aan communicatie met het managementteam dat sinds haar verhuis naar Duffel niet meer te zien is geweest. Brandweerkolonel Maudens beschuldigde zijn Mechelse manschappen van leugens en oncollegiaal gedrag. Dit spreken de brandweermannen met klem tegen. Ze springen regelmatig in voor collega’s, maar ze mogen het maximaal aantal uren per week (60) niet overschrijden. Bovendien komen ze met de gevraagde bewijzen voor hun onderbezetting.

Geluk bij een ongeluk

De brand in de loods aan de Liersesteenweg op 30 december had heel slecht kunnen aflopen. In plaats van het minimum aantal van 15 manschappen waren er maar 14 manschappen op dienst en een eerste ploeg was al met 10 mensen vertrokken naar een andere brand. Die bleek bij aankomst al geblust maar het gebouw moest nog geventileerd worden. Hierdoor kon de tweede ploeg van vier mensen bij aankomst op de Liersesteenweg niet meteen blussen en moest er gewacht worden op bijstand uit Duffel. “Met een tweede volledige ploeg van tien mensen hadden kostbare minuten kunnen gewonnen worden. Gelukkig stond de wind die dag in de juiste richting, weg van de woningen voor de loods. Anders hadden met een uitslaande brand als deze een zevental woningen in lichterlaaie gestaan.”

Wantrouwen in plaats van menselijk contact

“Is het wachten tot een incident dat wel slecht afloopt?” vragen de brandweermannen zich af. Ondertussen werd kolonel Maudens in de jongste editie van De Nieuwe Maan in de bloemetjes gezet. Dat wringt bij de manschappen. Zeker omdat hij daarin verklaarde “altijd zoveel mogelijk menselijk contact te houden met iedereen”, terwijl ze hem niet meer gezien hebben sinds burgemeester Somers en de brandweerleiding hun ploegensysteem volledig probeerde om te gooien.

In plaats van menselijk contact worden de manschappen ondertussen één voor één bij de politie geroepen wegens zogeheten pesterijen tegen de brandweerleiding. Ook kunnen de brandweermannen die ziek vallen meteen een controlearts verwachten, zelfs al zijn ze voor het eerst sinds jaren ziek. Het vertrouwen tussen het korps en de leiding is helemaal zoek. “Maudens managet op rancune” zeggen de brandmannen. Ondertussen worden de brandweermannen tijdens hun uren op de kazerne zwaarder belast. Als er opmerkingen zijn, wordt er gedreigd met een nog strenger arbeidsregime. Ze spreken van een pestbeleid. Als ‘beloning’ voor de inleveringen van de afgelopen jaren kan het tellen. “Het managementteam blijft ook afwezig op pensioensvieringen van collega’s. En er zijn collega’s die het zo beu zijn dat ze de brandweer verlaten.”

Over de plannen voor de nieuwe brandweerkazerne zijn ze tevreden. “Maar men kan niet verwachten dat we op die manier het samen in één nieuw brandweergebouw gaan kunnen aarden. De bovenste verdieping kan beter ergens anders gebouwd worden.”

Sociale afbraak en veiligheid

Bij het artikel over Maudens in De Nieuwe Maan stond ook een oproep voor vrijwillige brandweerlieden. Vrijwilliger bij de brandweer zijn kan een mooie bijverdienste zijn bij een gewone job. Op zich is dat geen probleem. Maar het statuut van vrijwilligers is niet gemaakt om er veel beroep op te doen, wat nu in andere brandweerposten wel al het geval is. Het statuut is aan minder beperkingen onderhevig zodat de veiligheid in gedrang kan komen. Een vrachtwagenchauffeur kan bv. tijdens zijn verplichte rusttijd wel als vrijwilliger een brandweerwagen besturen. Er zijn geen garanties dat vrijwilligers niet overwerkt aan hun klus beginnen, terwijl professionele krachten maximum 60 uur per week mogen werken. Vrijwilligers zijn echter goedkoper wegens minder sociale lasten: men hoeft ze niet te betalen als ze ziek zijn, men hoeft er geen pensioen voor op te bouwen. Heel actieve vrijwilligers kan men dan ook beschouwen als ‘schijnzelfstandigen’: ze verrichten prestaties in een gunstig fiscaal regime voor één vaste ‘klant’. Ondertussen zijn er minder banen in de openbare sector met een volwaardig statuut.

Commercialisering en de eer van het beroep

De brandweermannen voelen zich ook gekrenkt in de eer van hun beroep als openbare dienst. Steeds meer ingrepen van de brandweer worden momenteel achteraf gefactureerd: redden van dieren, reinigen van het wegdek na een ongeval, veiligheidsadvies, wespennesten, bevrijdingen uit liften, ... Bij ongevallen moet dan berekend worden hoeveel tijd en manschappen er in gratis dienstverlening en betalende dienstverlening werd gestoken. De brandweermannen kijken niet uit naar de dag dat ze met mobiele betaalterminals zullen moeten vragen te betalen alvorens een interventie te doen. Het zijn ook sluikse besparingen in de openbare sector en een mogelijke opstap tot privatiseringen van publieke diensten.

Opbouw in plaats van afbraak

De Mechelse brandweer moet dringend nieuwe professionele krachten aanwerven om de onderbezetting op te lossen. Het management moet aan tafel zitten met de Mechelse brandweermannen om terug een vertrouwensrelatie op te bouwen. Uiteraard kan dit enkel als het afbraakbeleid van publieke dienstverlening wordt stopgezet. De diensten van de brandweer mogen niet dienen om besparingen te realiseren door van alles en nog wat te factureren aan de burger. PVDA-Mechelen komt op voor het behoud en de versterking van de brandweer als publieke dienstverlening. Een zwaar beroep als dit verdient het volste respect.

Namens PVDA-Mechelen

Peter Bogaerts