Herstelplan moet ook een plan voor een andere toekomst zijn

Het Mechels stadsbestuur presenteerde deze week het socio-economisch herstelplan dat de stad door de gevolgen en nasleep van de coronacrisis moet leiden. Een plan met een budget van 15 miljoen euro. De oppositiepartijen werden uitgenodigd om op de verenigde raadscommissie van dinsdag 19 mei het plan aan te vullen en te verfijnen. Voor de PVDA moet de grootste prioriteit bij de sociale maatregelen liggen.

Het verliep allemaal nogal Kafkaiaans. De oppositiepartijen kregen het herstelplan immers voor de zitting van 19 mei niet te zien. Wat ze precies moesten aanvullen en verfijnen, was dus koffiedik kijken.

Een erg gedetailleerd en onderbouwd plan werd dinsdag niet voorgesteld. We zagen een 33 slides tellende powerpoint vol met in vijf categorieën ondergebrachte punten. Veel goede punten, zonder meer. Maar hoe de globale 15 miljoen over al die punten verdeeld zal worden, kwamen we niet te weten. Hoe elk punt gemotiveerd wordt evenmin. Of de sociale maatregelen in het plan structureel zullen zijn of alleen tijdelijk, is niet duidelijk.

Bij het begin van de zitting bleek dat het plan eerder op de dag al naar de pers was doorgestuurd. Een uur na aanvang van de commissie verschenen al de eerste nieuwsberichten. Wat in Mechelen in ieder geval niet in lockdown is, is de marketingmachine. De onweerstaanbare drang om te scoren bij het publiek maakt dat de logische volgorde in het democratisch overleg nogal snel vergeten wordt.

Wat in Mechelen in ieder geval niet in lockdown is, is de marketingmachine

Op 27 mei volgt er opnieuw een overleg, waarop meegedeeld zal worden welke aanvullende voorstellen van de oppositie in het plan zullen opgenomen worden. Verder zijn er ook heel wat voorstellen van burgers binnengekomen. Ook daaruit moeten nog punten worden toegevoegd. Pas dan zal er een definitief herstelplan op tafel komen dat op de gemeenteraad van eind juni gestemd zal worden. Misschien was het toch wenselijker geweest dat definitieve plan af te wachten alvorens de goed nieuwsshow te starten.

Niettemin is het goed dat er een plan komt en bevat het, zoals gezegd, in zijn nog onvolledige versie al heel wat goede elementen. Wat we hier alvast kunnen opmerken: in tijden van crisis blijken plots heel wat dingen mogelijk die anders als compleet onrealistisch zouden worden afgeserveerd. Plots is er ook een pak extra geld beschikbaar, waar in andere omstandigheden al snel de budgettaire krapte wordt ingeroepen om bepaalde voorstellen onmogelijk te verklaren. Helaas worden heel wat dingen pas onder druk van noodsituaties mogelijk.

Andere oriëntaties en prioriteiten

“Herstelplan” is wellicht niet zo’n gelukkig gekozen benaming. Het suggereert immers dat we relatief snel zullen evolueren naar een tijd waarin COVID-19 er niet meer zal zijn of op zijn minst beheersbaar zal zijn, een tijd waarin onze samenleving “hersteld” zal zijn van een tijdelijke ziekte en opnieuw als vanouds verder zal kunnen. Helaas is daar op dit moment geen enkele zekerheid over.

Het is erg waarschijnlijk dat COVID-19 een blijver zal zijn en dat we ook in de toekomst met nieuwe uitbraken te maken kunnen krijgen. We hopen uiteraard allemaal dat er snel een afdoend vaccin ontwikkeld kan worden, maar ook daar zijn op dit moment geen garanties voor. Bovendien moeten we rekening houden met de mogelijkheid dat in de toekomst nog andere onbekende virussen kunnen opduiken die zich, in navolging van COVID-19, razendsnel over de wereld verspreiden.

Elk plan dat nu ontwikkeld wordt, moet vertrekken van het vaststaand gegeven dat “terug naar hoe het voorheen was” geen optie is.

De huidige crisis heeft ook onmiskenbaar een aantal fundamentele systeemfouten blootgelegd. De aanhoudende besparingspolitiek in sectoren van essentieel maatschappelijk belang - gezondheidszorg, onderwijs, ouderenzorg, sociale zekerheid, … - krijgen nu overduidelijk hun nefaste weerslag. Als vandaag de gezondheidszorg in staat is om de crisis in grote mate op te vangen, dan is dat in de eerste plaats dankzij de tomeloze inzet van de mensen die in deze sector werken, veel minder dankzij de beschikbare middelen en de kwaliteit van de voorzieningen.

Een plan dat zich in hoofdzaak focust op de korte termijn en zich toespitst op een snelle terugkeer naar hoe het voorheen was, schiet dan ook tekort. Elk plan dat nu ontwikkeld wordt, moet vertrekken van het vaststaand gegeven dat “terug naar hoe het voorheen was” geen optie is. Het moet vertrekken van een langetermijnvisie waarin fundamenteel andere oriëntaties en prioriteiten worden gekozen.

Niet de economie primeert

De voorbije maanden hebben ons veel geleerd over wat mensen belangrijk vinden als het er werkelijk toe doet. Zo is duidelijk gebleken dat de grootste prioriteiten van de modale burger niet bij de economie liggen. Een veel groter belang wordt gehecht aan gezondheid, veiligheid, inkomenszekerheid, levenskwaliteit, menselijke interactie en vooral…solidariteit. De vele kritische en verontwaardigde reacties op de prioriteit die de regeringen in de exit-strategie leggen bij de economie, tonen dat aan.

Bioloog Dirk Draulans legt op 17 mei in Knack de vinger op de wonde: “Het lijkt me dat veel economen dringend een cursus basisvirologie nodig hebben, zelfs nu nog, nadat we twee maanden lang dag-in-dag-uit met virologie om de oren zijn geslagen. Ze hebben niet goed geluisterd, of uiterst selectief.” Draulans benadrukt dat we het virus nog veel te weinig kennen en het te snel loslaten van maatregelen daarom een grote fout zou zijn: “We moeten en route leren wat het virus doet en hoe we ons er het best tegen wapenen. Maar om zeker te zijn dat we géén tweede golf over ons heen gaan krijgen, zijn we niet goed bezig. Dan zouden we langer collectief in quarantaine moeten blijven.”

Mensen hechten vooral belang aan gezondheid, veiligheid, inkomenszekerheid, levenskwaliteit, menselijke interactie en vooral…solidariteit. 

Dat mensen de economie niet het allerbelangrijkste vinden en echt wel bereid zijn tot grote inspanningen, blijkt uit het feit dat we in de winkelstraten lang niet de grote winkelende massa’s zien opduiken zoals verwacht na de heropening van de winkels.

Zelf in de wereld van het grote geld klinken (zeldzame) stemmen die de economie naar een tweede plaats verwijzen. KBC-baas Johan Thijs zegt op 22 april aan Knack: “Er is nog altijd geen therapie, geen vaccin. Dus als we te vroeg lossen, riskeren we een tweede piek, die nog veel schadelijker kan zijn. Op dit ogenblik gaat de volksgezondheid voor op de economie.” In het geval er een tweede grote uitbraak zou volgen, zou dat volgens Thijs leiden tot “een lange recessie of een depressie van anderhalf tot twee jaar". “Dan spreken we niet meer van tijdelijke werkloosheid, maar van een grote permanente werkloosheid. De economische schade daarvan is voor de bevolking veel groter dan nu enkele maanden binnen te blijven.”

Trendsetter voor een sociaal rechtvaardige samenleving?

Wie de actualiteit een beetje opvolgt, heeft ondertussen wel begrepen dat de meest kwetsbare mensen in de samenleving door deze coronacrisis het zwaarst worden getroffen.

Zoals Marc Reynebeau schrijft in De Standaard van 20 mei: “De groeiende ongelijkheid toont zich vandaag in de sociale fall-out van de coronacrisis. Ze zijn altijd de pineut. Als het verhaal van de dertienjarige Dylan nodig is om daar de aandacht op te vestigen, kan dat alleen betekenen dat de politieke klasse het inzicht mist om zich voor te stellen wat het voor kwetsbare jongeren betekent om te moeten leven met geldgebrek, in benauwde behuizing, zonder tuin of digitale hulpmiddelen.”

Het herstelplan van de stad Mechelen moet in de eerste plaats inzetten op de noden van kwetsbare mensen.

Onze samenleving staat voor heel veel grote uitdagingen. Maar misschien is wat de coronacrisis vooral blootlegt de onaanvaardbare ongelijkheid. Wim Van Lancker, professor sociaal beleid en sociaal werk aan de KU Leuven, schrijft in De Standaard van 13 mei: “De Belgische welvaartsstaat is goed voor de middenklasse, maar beschermt de meest kwetsbaren te weinig. Het coronavangnet is in hetzelfde bedje ziek. Werkenden in de meest precaire statuten kunnen geen beroep doen op tijdelijke werkloosheid. Wie al aan het vallen was, wordt niet opgevangen. Hetzelfde geldt voor de Vlaamse ondersteuning. Wie geen beroep kan doen op tijdelijke werkloosheid, krijgt ook geen tussenkomst in de water- en energiefactuur.”

Voor de PVDA moet het herstelplan van de stad Mechelen dan ook in de eerste plaats inzetten op de noden van kwetsbare mensen. We hebben dan ook hoofdzakelijk aanbevelingen en voorstellen in die zin geformuleerd. Het Mechels bestuur profileert zich graag als koploper, als vernieuwer, als trendsetter. Wat ons betreft, moet onze stad nu meer dan ooit die ambitie waarmaken, nu “terug naar zoals het was” niet meer kan en resoluut het pad gekozen moet worden naar een andere, sociaal rechtvaardige samenleving.

Lees hier de aanbevelingen en voorstellen van de PVDA

 


Schrijf als eerste een reactie

Gelieve je mail te bekijken voor een link om je account te activeren.

Dit is jouw beweging